Je hebt een woning gekocht. Vervolgens krijg je toch koude voeten en maak je gebruik van de wettelijke bedenktijd. De koop gaat niet door.
Een paar weken later krijg je spijt. De woning blijkt nog steeds beschikbaar en de verkoper is bereid opnieuw zaken met je te doen. Er wordt een nieuwe koopovereenkomst opgesteld.
Maar heb je dan opnieuw drie dagen wettelijke bedenktijd?
Het antwoord is: meestal niet… maar soms juist wel.
De hoofdregel: binnen 6 maanden géén tweede bedenktijd
De wet wil particuliere kopers beschermen tegen overhaaste beslissingen. Daarom krijgt een koper normaal gesproken drie dagen wettelijke bedenktijd.
Maar de wetgever wilde ook voorkomen dat een koper eindeloos dezelfde woning blijft kopen en weer ontbinden.
Daarom bepaalt artikel 7:2 BW dat wanneer:
- dezelfde particuliere koper en verkoper;
- binnen zes maanden;
- opnieuw een koopovereenkomst sluiten;
de koper geen nieuw recht op wettelijke bedenktijd krijgt, als hij eerder al gebruik heeft gemaakt van die wettelijke bedenktijd.
Kort gezegd: je mag deze “escape” voor dezelfde woning maar één keer per zes maanden gebruiken.
Een voorbeeld
Stel:
- Op 1 april koop je een woning.
- Op 3 april ontbind je de koop tijdens de wettelijke bedenktijd.
- Op 15 mei besluit je de woning toch weer te kopen.
Omdat je eerder al gebruik hebt gemaakt van de wettelijke bedenktijd én dit allemaal binnen zes maanden gebeurt, ontstaat er géén nieuw recht op drie dagen bedenktijd.
Maar let op: dit geldt alleen als de eerste ontbinding tijdens de bedenktijd plaatsvond
Hier gaat het in de praktijk regelmatig mis.
Veel mensen denken dat iedere eerdere ontbinding ervoor zorgt dat de bedenktijd vervalt.
Dat is niet zo.
De uitzondering geldt alleen wanneer de eerste koopovereenkomst is ontbonden door gebruik te maken van de wettelijke bedenktijd.
Ontbonden vanwege het financieringsvoorbehoud?
Dan ligt het heel anders.
Stel dat een koper de eerste koopovereenkomst niet ontbindt tijdens de drie dagen bedenktijd, maar later een succesvol beroep doet op het financieringsvoorbehoud omdat hij de hypotheek niet rond krijgt.
Enkele weken later blijkt de financiering tóch mogelijk. De koper en verkoper sluiten daarom opnieuw een koopovereenkomst.
In dat geval krijgt de koper wél opnieuw drie dagen wettelijke bedenktijd.
Waarom?
Omdat de eerste overeenkomst niet is beëindigd met een beroep op de wettelijke bedenktijd, maar op een heel andere ontbindingsgrond: het financieringsvoorbehoud.
De wettelijke beperking van zes maanden is dan dus niet van toepassing.
Praktisch advies
Wordt na een eerdere ontbinding opnieuw een koopovereenkomst gesloten?
Dan is het verstandig om altijd een nieuwe koopovereenkomst op te stellen. Een eenmaal ontbonden overeenkomst kan namelijk niet “tot leven worden gewekt”.
Controleer daarbij ook goed waarom de eerste overeenkomst is geëindigd:
- Ontbonden tijdens de wettelijke bedenktijd? Dan geldt binnen zes maanden in principe géén nieuwe wettelijke bedenktijd.
- Ontbonden op een andere grond, zoals het financieringsvoorbehoud? Dan ontstaat bij de nieuwe koopovereenkomst wél opnieuw drie dagen wettelijke bedenktijd.
Conclusie
De bekende “6-maandenregel” geldt dus niet voor iedere tweede koopovereenkomst.
Alleen wanneer een koper eerder daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van de wettelijke bedenktijd, vervalt dat recht gedurende zes maanden bij een nieuwe koop tussen dezelfde partijen.
Is de eerste overeenkomst echter om een andere reden geëindigd, bijvoorbeeld door een succesvol beroep op het financieringsvoorbehoud, dan begint bij de nieuwe koopovereenkomst de wettelijke bedenktijd gewoon opnieuw.
Het draait dus niet alleen om óf de eerste koop is ontbonden, maar vooral waarom deze is ontbonden. Dat kleine juridische verschil kan grote gevolgen hebben.