Bij het doorverkopen van je woning kan je de overdrachtsbelasting ‘terugkrijgen’. De regel is dat er alleen overdrachtsbelasting betaald moet worden over de meerwaarde van de woning als de woning binnen 6 maanden een nieuwe eigenaar krijgt.

Let op: wie er recht heeft op dit ‘voordeel’ moet je afspreken in het koopcontract. In de meeste gevallen wordt afgesproken dat het voordeel ten gunste komt van de verkoper.

Hoe dit in de praktijk eruit ziet, wordt uitgelegd aan de hand van een voorbeeld:
Jan krijgt op 1 januari zijn nieuwe woning geleverd bij de notaris. De koopprijs was € 250.000. De overdrachtsbelasting die hij dus betaalt is 2% van € 250.000 = € 5.000.

Op 31 mei verkoopt Jan de woning aan meneer en mevrouw de Jong voor € 300.000. De sleuteloverdracht is op 29 juni, dus netjes binnen 6 maanden. Er hoeft nu door de kopers aan de fiscus alleen 2% overdrachtsbelasting betaald te worden over de meerwaarde van de woning te weten: € 300.000 min € 250.000 = € 50.000. Dit betekent echter wel dat de kopers een groot voordeel hebben. Zij hoeven over € 250.000 geen overdrachtsbelasting te betalen.

Maar dit voordeel behoort eigenlijk toe aan de verkoper. Daarom wordt er meestal in een koopcontract afgesproken dat de kopers dit voordeel moeten terugbetalen aan de verkoper. De kopers betalen de verkoper dus € 5.000 en hiermee heeft de verkoper zijn in januari van dat jaar betaalde overdrachtsbelasting teruggekregen. Stel dat meneer en mevrouw de Jong uit elkaar gaan en ze verkopen de woning weer door met verlies voor de koopsom van € 275.000. De woning wordt weer binnen 6 maanden nadat zij deze zelf in bezit hebben gekregen geleverd bij de notaris. Dan geldt dat de koper geen overdrachtsbelasting hoeft te betalen aan de fiscus over de meerwaarde. Want die is er niet. De woning is namelijk met verlies verkocht. De koper moet wel aan de verkoper het voordeel betalen van de niet-te-hoeven-betalen overdrachtsbelasting over € 275.000. Dat betekent dat hij 2% over € 275.000 = € 5.500 aan de verkoper moet betalen.